A Chinese Puzzle: The Solution and Cause of Obesity

Losing weight

Jan 27: 98,2 kg
Jan 22: 99,3 kg
Jan 13: 97.7 kg
Jan 6: 98.3 kg
Dec 30: 100.7 kg
November 4 98.8 kg
November 11, 2025 100.3 kg
down from 134 kg in 2021

You know how you start a new diet, lose 10 pounds, and then it stops? Or you go to the gym, lose 10 pounds, and it stops.

So far, I’ve lost 3.5 pounds, stopped, and gained a few pounds back. Started again and lost 5.5 pounds.

Only when I’ve lost 13 pounds from 100.7 kg will I know for sure it’s working.

De lever is in staat om lichaamsvet naar suiker te converteren.

The rule is that a well-trained muscle is heavier than the extra fat it burns. So if you train your leg muscles, your belly might get a tiny bit thinner. But you won’t lose weight.

There appears to be an exception to that rule. If the first three rectus abdominis muscles are well-trained, they activate the fourth, the obliques, and the back muscles. So now you have three muscle groups burning fat, only one of which is trained.

When you want to repair your car, for example, by replacing a wheel, you have to perform a number of actions in a specific order. For example, you can’t remove the wheel before jacking the car up.

In 2013, I began researching whether it’s possible to repair our bodies by performing a number of exercises in a specific order.

This research yielded interesting information, including about the chicken-and-egg problem that causes obesity.

In 2021, my GP’s assistant put me on a scale and told me I weighed 300 pounds (134 kg). I bought a new scale because the old one had a strange problem. Over the past few years, I’ve lost an average of about 17 pounds (8 kg) per year. I had a theory about an exercise that might be contributing, but nothing definitive.

In the first week of November 2025, I did a strange exercise for fun that had nothing to do with my research, and to my surprise, I lost 3.3 pounds (1.5 kg). I stopped the exercise, and my weight slowly started to climb again. By mid-December, I had a theory about the exercise. In late December, I started it again, and I’ve been losing a few pounds a week ever since.

The exercise is very easy, but there’s a serious catch.

An article in a Dutch newspaper about 30 years ago suggested that a mutation occurred 5 million years ago that allowed our ancestors to develop a mechanism to process excess sugar.

In 2013 and 2021, I discovered that when someone with love handles exercises their oblique muscles, they initially experience painful stabbing pains in their sides. Then, they gain extra energy and their eyesight improves.

Based on these and other discoveries, I have developed the following theories.

Problems with our body’s energy management system

In school, we learned that muscles use sugar as fuel. In reality, it turns out to be a bit more complicated. Muscle cells convert sugar into adenosine triphosphate (ATP), then they uses ATP as fuel.

For evolutionary reasons, the first three parts of the rectus abdominis are unable to produce more than 20% of the ATP they need. The rest is supplied to them through the bloodstream by the oblique muscles.

The oblique muscles convert 80% of the available sugar into ATP. This produces far more ATP than they need themselves. They deposit the remainder into the bloodstream. All muscles are capable of drawing extra ATP from the bloodstream when they need extra energy. For example, when someone without love handles rides a single-speed bicycle, their leg muscles draw extra ATP from the bloodstream. However, the largest amount of extra ATP goes to the first three parts of the rectus abdominis.

The problem is that the oblique abdominal muscles can only produce extra ATP when they are fully contracted. They are only fully contracted when the first three segments of the rectus abdominis are well-trained.

Children are born with tightly contracted rectus abdominis. By the time a baby has learned to sit up independently, they have learned the first technique for training the first three segments. When they start walking and regularly bend forward and stand up again, they have learned the second technique.

For over 12,000 years, the first three segments of the rectus abdominis have been sabotaged by sadistic gym teachers during children’s growth spurts.

The evolution of the oblique and rectus abdominis muscles

De schuine buikspieren

Five million years ago, our ancestors needed to walk faster so they could gather more food. The problem was that they walked on two legs. Two-legged animals make a metronome motion while walking because they have to alternately stand on a leg to balance. This means that their maximum speed is determined by their natural (= maximum) oscillation frequency, which is inversely proportional to the length of the pole.

As a result, ducks 20 cm tall have a maximum (strolling) speed of 12 km/h, while people 1.80 m tall have a maximum speed of 2.9 km/h. Until 2 million years ago, our ancestors were 1.10 m tall. I suspect they had a maximum walking (strolling) speed of around 5 km/h. To walk faster, they had to increase their oscillation frequency. Humans and ostriches are the only two legged animals that have achieved this.

People do it by swinging their arms and contracting an oblique muscle at the right moment:

When you’re standing on your right foot and swing your left foot forward, you swing your left arm back. When your leg and arm reach their highest point, you contract your left oblique muscle. This pulls your left shoulder forward and jerks your torso to the left. This allows you to plant your left foot on the ground and swing your right foot forward.

I suspect that contracting the oblique muscle requires a significant amount of energy.

Wanneer de schuine buikspieren slap worden schakelen naadloos over op het nood systeem.

In plaats van de linker arm recht naar achteren te zwaaien, zwaaien we de rechter arm schuin naar voren en naar links. Waardoor het lichaam een duwtje naar links krijgt en je je linker voet op de grond kan zetten. Maar nu gebruik je je biceps om je arm schuin naar voren te zwaaien. De schuine buikspieren krijgen 80% van de beschikbare suiker. De kuitspieren krijgen 10%. De resterende 10% wordt verdeelt over de arm en been spieren plus de maag en darm spieren. Wat dus betekent dat de biceps maar heel weinig energie krijgen.

Dat is de reden Waarom mensen met strakke schuine buikspieren zonder enige moeite 6 km/u kunnen lopen, terwijl mensen met zwembanden al binnen een paar minuten beginnen te hijgen wanneer zij 3 km/u lopen

Evolutie bouwt voort op bestaande systemen. Dus toen er ATP in de bloedbaan zat werd het mogelijk om spiercellen te ontwikkelen die niet over een eigen ATP productie beschikten.

De rechte buikspieren

Tot zo’n 4 miljoen jaar geleden waren de eerste drie delen van de rechte buikspieren 80% dunner. Zo’n 4 miljoen jaar geleden werden de eerste drie delen 400% zwaarder. Ik weet niet wat daar de oorzaak van was (misschien ontdekte apen de roll-up), maar het had grote voordelen voor de voortbeweging.

Sabotage of the rectus abdominis muscles

Er zijn vier methodes om de rechte buikspieren te trainen: De sit-up, roll-up, lift-up en stand-up.

De sit-up is door mensen ontwikkeld om een six-pack te trainen. Een six-pack ziet er mooi uit maar heeft geen functie. De andere drie methodes zijn door natuurlijk verloop ontstaan.

Voor honderden jaren hadden de rijken persoonlijke trainers die hun kinderen de sit-up leerden. Sinds de 1950s leren kinderen het van tv. Tegenwoordig van internet. Persoonlijke trainers en gymleraren leerden de sit-up pas op hun 18e.

De sit-up: We hebben op school geleerd dat als je dit sit-up uitvoert dan gebruik je je rechte buikspieren om je romp op te tillen. Maar dit is niet mogelijk. De kracht van spieren is afhankelijk van hun lengte. De biceps zijn 20 cm lang en kunnen 10 kg tillen. De eerste drie delen van de rechte buikspieren zijn maar 5 cm lang en kunnen hoog uit 2,5 kg dragen terwijl 60% van je lichaamsgewicht in je romp zit.

De rechte buikspieren krijgen hulp van twee kabels die in je buik zijn ingebouwd: De schuine buikspieren trekken in horizontale richten. In verticale richting zijn ze net zo breed als dat de rechte buikspieren lang zijn. Aan de onderkant zitten ze aan het vierde deel van de rechte buikspieren vast. Aan de bovenkant zitten ze aan de ribbenkast vast. Wanneer het vierde deel samen trekt, trekt het via de schuine buikspieren de ribbenkast omhoog.

Vlak voor het begin van de groeispurt loopt ongeveer 15% van het gewicht via de eerste drie delen van de rechte buikspieren en de rest via de schuine buikspieren.

In de eerste zes maanden van de groeispurt gaat de lengte groei van de spieren die verticaal lopen sneller dan de lengte groei van de botten. Als gevolg hiervan wordt de lengte van de vier delen van de rechte buikspieren langer dan de afstand tussen borstbeen en bekken. Kinder kunnen de eerste drie delen aan trekken of het vierde deel aantrekken. Maar niet alle vier tegelijkertijd.

Wanneer een kind de sit-up probeert uit te voeren wordt 100% van het gewicht van de romp via de schuine buikspieren omhoog getrokken. Waarop het kind terecht klaagt dat de sit-up ineens een stuk zwaarder is geworden en vroegen of ze de roll-up mochten doen.

Gymleraren gaan er al meer dan 12.000 jaar vanuit dat als alle kinderen op dezelfde leeftijd over hetzelfde probleem klagen, dan moet het wel aanstellerij zijn en verboden de roll-up. Waardoor de eerste drie delen van de rechte buikspieren zes maanden niet getraind werden.

De roll-up: Een dun persoon die op zijn rug ligt trekt de eerste drie delen van de rechte buikspieren aan. Waardoor hij zijn schouders via de kortste weg naar zijn knieën wordt getrokken. Wanneer hij met zijn buik zijn bovenbenen raakt, gebruikt hij zijn rugspieren om zijn romp op te tillen. Dit is de makkelijkste methode voor dunne mensen om overeind te komen. Onder normale omstandigheden passen mensen deze methode minstens een keer per dat toe om uit hun bed te komen.

De volgende twee methodes werken alleen wanneer het energie management systeem van het lichaam goed functioneerd.

De lift-up: Iemand buigt voorover en tilt zijn romp weer op. Bij het optillen van zijn romp spant hij niet alleen zijn rugspieren aan, maar ook de eerste drie delen van de rechte buikspieren. Mensen passen deze methode toe wanneer ze iets van de grond oprapen.

De stand-up: Wanneer je zit bevind je kont, en daarmee je zwaartepunt zich achter je voeten. Wanneer je je kont op tilt trek je je rechte buikspieren aan om je zwaartepunt naar voren te trekken. Om te voorkomen dat je naar achteren valt.

Je “zwaartepunt” bestaat uit je kont, het bovenste deel van je boven benen en het onderste deel van je romp. Bij dunne mensen is dit ongeveer 10 kg. Wat niet voldoende is om de rechte buikspieren te trainen.

Maar dikke mensen hebben een dikke kont, stevige boven benen en een enorme hoeveelheid vet opgeslagen tussen hun darmen. Waardoor er een 10 kg tot 15 kg bij komt. Twintig kilo is ruim voldoende om je rechte buikspieren te trainen. Waardoor ze hard aan de schuine buikspieren trekken, die extra ATPs produceren, die door de eerste drie delen verbrand worden.

Tegenwoordig eet iedereen in Amerika en Europa als een koning maar 100 jaar geleden hadden mensen alleen in de herfst een hoop voedsel. De rest van het jaren aten ze veel minder. In de herfst aten ze regelmatig meer voedsel dan hun lichaam in 24 uur kon verwerken. Waardoor hun buik op bolde en het vierde deel van de rechte buikspieren naar buiten werd geduwd. Waardoor hij harder aan de eerste drie delen trok en de eerste drie delen harder aan de schuine buikspieren trokken.

Maar kinderen tijdens de groeispurt, die verboden wordt om de roll-up uit te voeren, zijn niet zwaar genoeg om dit mechanisme te activeren. Dus worden hun rechte en schuine buikspieren slap. Na verloop van een jaar of tien is hun kont zwaar genoeg. Maar tegen die tijd is het kip en ei probleem ontstaan.

Om de rechte buikspieren weer te kunnen activeren hebben we een extra ATP bron nodig.

Het laatste probleem

Bij mensen die diabetes medicatie gebruiken om af te vallen blijkt het grootste deel van hun gewichtsverlies uit spieren te bestaan die worden afgebroken. Deskundigen maken zich hier ongerust over.

De app van mijn weegschaal rapporteert dat dit bij mij ook het geval is. Maar er is iets raars aan de hand.

Toen ik 18 was maakte mijn moeder zich ongerust omdat ik zo mager was en stuurde mij naar de dokter. Die mij woog en mat, in een tabel keek en verklaarde dat 50 kg voor iemand van 183 cm geen probleem was. (Je lengte in centimeters min 100 is je maximale gewicht. Je minimale gewicht zit daar 40% onder. Dus een gezond gewicht voor iemand van 1,83 m is tussen de 49,8 kg en de 83 kg).

Nu weeg ik bijna 100 kg en de app van mijn weegschaal vertelt mij dat ik 65,5 kg spiermassa heb. Dus mijn spieren wegen nu meer dan mijn lichaam toen ik 18 was.

Dat suggereert dat in de laatste decennia, terwijl mijn lichaam vet op sloeg. Mijn lichaam ook spieren heeft opgebouwd om het gewicht van dat vet mee te kunnen dragen. Spieren hebben zelf natuurlijk ook een behoorlijk gewicht. Dus heeft mijn lichaam ook extra spieren gebouwd om het gewicht van de extra spieren te kunnen dragen. (Dit is hetzelfde als het vliegtuig dat extra brandstof mee neemt om het gewicht van de brandstof te kunnen dragen. Als er passagiers uitstappen heeft het vliegtuig minder brandstof en minder extra brandstof nodig).

Dus nu ik vet kwijt raak is het niet onredelijk dat mijn lichaam een deel van die spieren zal afbreken. Het probleem daarbij is dat zolang ik een zittend leven leidt, mijn lichaam spieren zal afbreken die ik niet nodig heb om te zitten. Dit is een probleem omdat ik een deel van die spieren wel nodig heb om te lopen en te fietsen, onder de douche te staan, de afwas te doen en al die andere dingen te doen die je moet doen om te leven.

Wat dus betekent dat ik spieren moet gaan trainen. Maar welke spieren en met welke oefeningen?

In mijn vroege jeugd, in de 1960s in Europa heb ik de ren techniek nog geleerd die onze voorouders 2 miljoen jaar lang hebben gebruikt om op grote land dieren te jagen. It felt like flying and i loved doing it.

Tijdens de lock down heb ik de techniek uit geprobeerd. Ik was te zwaar en mijn spieren waren niet sterk genoeg. Maar het werd wel duidelijk hoe het werkt. De techniek die atleten tegenwoordig gebruiken om te rennen werd in mijn jeugd “hardlopen” = fast walking genoemd. Bij rennen buig je je knieën en buig je je romp naar voren. Waardoor je de zwaartekracht als energiebron kunt gebruiken om jezelf naar voren te laten vallen. Om de techniek te kunnen toepassen moet je de volgende spieren trainen: De rechte buikspieren, schuine buikspieren, rugspieren, kuitspieren, voetspieren, bovenbeenspieren, binnen bovenbeenspieren, buiten bovenbeenspieren (= de kontspieren) en je biceps.

Dat zou voldoende moeten zijn om te voorkomen dat je lichaam spieren afbreekt die je nodig hebt om te kunnen leven.